maandag, november 13, 2006

China: een dreiging of een kans?

(Vorige maand bezocht een delegatie van de FNV China; voor het ledenblad van FNV Bondgenoten maakte ik het volgende verslag).

"Of ons bedrijf een CAO heeft?" De Nederlandse manager van een groot bedrijf in Shanghai moet even nadenken. "Ik weet het niet," zegt hij, "en ik weet niet of ik het wel wil weten." Kaderleden en bestuurders doorkruisten tien dagen China om Nederlandse multinational te bezoeken, bijgestaan door zowel FNV-voorzitter Agnes Jongerius als FNV Bondgenoten-voorzitter Henk van der Kolk. Ze brengen meer vragen dan antwoorden terug naar Nederland.

"Nou weet ik 't even helemaal niet," zucht Agnes Jongerius als ze na weer een slopende dag neerploft in wat drie dagen lang het FNV-hoekje is van het prestigieuze Sofitel Hotel in Shanghai. "Ik ben helemaal in de war." Geen probleem, vindt Henk van der Kolk: "We zijn hier voor een eerste orientatie en als we met een paar goeie vragen terugkomen, dan zijn we al een heel eind."
Vragen zijn er te over. Zijn er CAO's in China en hoe werken ze? Zijn de Chinese bedrijven een dreiging voor Nederland of net niet? Hoe werkt de Chinese vakbond, als die al werkt? Wat moeten we vinden van de nieuwe Chinese arbeidswet? Moeten we daar iets van vinden? Schieten de Chinese werknemers iets op met een betere arbeidswet, als die toch niet wordt gehandhaafd?
Voorlopig is het in elk geval winst dat de FNV'ers de bedrijven űberhaupt binnenkwamen en niet net als toenmalig FNV-voorzitter Lodewijk de Waal enkele jaren geleden buiten voor de poort moesten blijven staan. Die vooruitgang is deels het gevolg van het succes van de bedrijvenmonitor, waarin het sociale beleid van Akzo-Nobel, Philips, Heineken, ABN-Amro, Unilever en Ahold internationaal wordt doorgelicht. Raakten die bedrijven er daardoor aan gewend dat de vakbeweging zich wat meer met het internationale beleid van de bedrijven bemoeit? "Ik denk dat dat wel klopt," zegt Van der Kolk. "Al wil ik daarmee niet suggereren dat het altijd even gemakkelijk was om afspraken voor bezoeken met bedrijven te maken."

Uiteindelijk bleek dat mogelijk bij Akzo-Nobel, Philips en Unilever."Wat mij opviel bij de drie bezoeken was hoe verschillend het sociale beleid in al die vestigingen van Akzo-Nobel was," zegt kaderlid Ellen Nouwen van Organon. "En dan ging het echt om alles: de salarissen, de sociale zekerheid, de lengte van het zwangerschapsverlof, alles."
Linda Lee, universiteitsdocent en vrijwilligster bij een aan haar universiteit verbonden juridisch centrum voor werknemers bevestigt dat beeld. "We hebben wel sinds 1995 een nationale arbeidswet die er helemaal niet zo slecht uitziet. Maar veel van de Chinese bedrijven en een aantal van de buitenlandse houden zich daar niet aan. Bovendien zijn er veel plaatselijke regels die veel belangrijker zijn in ons advieswerk en bovendien heel vaak veranderen."
Het beeld dat China een land is waar overal dezelfde wetten en regels gelden blijkt een misverstand te zijn. Ron van Baden vertelt in het FNV-hoekje over een typerend incident bij een van de Philipsvestigingen. "We kregen van de vakbondsvertegenwoordiger in de vestiging een verhaal met powerpointpresentatie waarin hij uitlegt hoe ze een CAO tot stand brengen. Iemand van personeelszaken had ons net uitgelegd dat een CAO in China helemaal niet kon. We konden die tegenspraak natuurlijk niet ongemerkt voorbij laten gaan en toen vond er iets van een woordenwisseling plaats in het Chinees, maar een goed antwoord is daar niet uitgekomen."
In joint ventures waar de meeste multinationals mee te maken hebben is de vakbond vaak samen met de oude stoelen en tafels van de Chinese partner meegekomen en dat verklaart waarom sommige van de managers zelfs geen flauw idee hebben over het bestaan van een vakbond of CAO. Ook hun taken blijken uiteenlopend. Bij de Unilevervestiging in de provinciehoofdstad Hefei zit de vakbondsvoorzitster gewoon in het managementteam, terwijl haar collega's elders vooral de bedrijfsfeestjes organiseren.
De "All-China Federation of Trade Unions" (ACFTU), de enige toegestane vakbond in China, wordt door veel vakbonden in de wereld geboycot omdat het geen onafhankelijke vakbond is. Maar die als tandeloos ervaren vakbond wist eerder dit jaar wel alle 62 vestigingen van het uiterst vakbondsonvriendelijke Amerikaanse Wal-Mart te organiseren. De ACFTU heeft nu haar pijlen gericht op Kodak en Dell. Bovendien vonden driehonderd buitenlandse bedrijven in China in de tussentijd het wel een goed idee de wettelijk verplichte vakbond op te richten.
Vandaar dat de FNV-ers ook met meer dan gebruikelijke interesse keken naar het voorkomen van CAO's in bedrijven en de rol van de vakbond daarin. "Akzo-Nobel heeft voor ieder bedrijf een afzonderlijke CAO," zegt Ellen Nouwen, "maar die is door het management vastgesteld. Daar wordt niet over onderhandeld met de vakbond of een ondernemingsraad, al was het maar omdat die in de bedrijven niet bestaan."
Het beeld dat oprijst uit de ervaringen van bedrijven die wel een vakbond hebben is dat er sprake is van wat met enige goeie wil een centraal akkoord kan worden genoemd tussen de overheid en de vakbond. Dat zakt dan naar beneden in de vakbondshierarchie en in de bedrijven kunnen de plaatselijke vertegenwoordigers daar in grote lijnen mee doen wat ze willen. Tot echte conflicten lijkt dat niet te leiden.
Linda Lee van het Shanghaise adviescentrum is sceptisch over de rol van de Chinese vakbeweging. Haar kleine kantoortje krijgen ze voor niks van de ACFTU, die op dezelfde verdieping van het woonpand ook een kantoor heeft. Lee ziet in de praktijk dat werknemers met problemen bij haar aankloppen en niet bij - ze zegt het wat zachter - "de buren". "Wij kunnen professionele hulp door juristen bieden," zegt Lee. Wat ontbreekt dan bij de buren? Lee spreekt nog zachter. "Ze hebben de vaardigheden niet en het ontbreekt ze aan de emotie voor de werknemers."
Iets verderop checkt Hans Greimel van de Europese ondernemingsraad van Heineken samen met bestuurder Toon Wennekers het biersegment in enkele Shanghaise supermarkten. Want terug in Nederland willen de collega's ook weten waarom het topbier in de wereldmarkt maar geen winst in China kan maken. Greimel wijst naar het groene blikje in de koeling: "Geen wonder dat Heineken in China geen winst maakt. Het staat gewoon tussen de andere merken in en het enige verschil is dat het duurder is. Nogal logisch dat het zo niet lukt."
De vertegenwoordigers van Unilever, Laurens Glaudemans Peter Hoogendoorn, zagen bij de Unilevervestiging in Hefei aan nieuwe fabriek voor Lipton tea in aanbouw. Maar dat lijkt bijna het enige Unileverproduct in China dat een beetje scoort. In de supermarkten zagen beide hoe de relatief dure Unilevermerken consequent op de laagste plank terechtkwamen. "Blijkbaar hebben de Chinezen geen behoefte aan de A-merken die Unilever hier in de markt probeert te zetten," concludeert Hoogendoorn. "We denken ook dat - in tegenstelling tot wat we vroeger dachten - China geen bedreiging voor de fabrieken in Nederland gaat worden. Ze kunnen niet eens hun eigen markt veroveren, daar hebben ze hun handen vol aan. Een groei van nul procent in een land dat zo hard groeit, dat is toch bijna niet te geloven." Hoogendoorn moet even grinniken. "In tegenstelling tot wat ik dacht werken die Chinezen helemaal niet hard, wij zijn stukken productiver in Nederland."Bij Philips denken ze iets anders over de mogelijke dreiging uit China. Een Shanghaise concurrent van de Nijmeegse chipfabriek, waar de Philipsdelegatie op bezoek ging, scoort op twee punten stukken beter. Werknemers kosten in de Chinese fabriek een euro per uur, in Nijmegen zeven. En de Chinese fabriek staat daar waar de meeste klanten voor die chips zijn: in China.
Terwijl de fabrieken en de omstandigheden bij de vestigingen van de Nederlandse bedrijven redelijk in orde leken, heeft Laurens Glaudemans wat twijfels over de uitbestedingspraktijken bij Unilever. "Waar we onze twijfels over hebben is wat er gebeurd met de mensen die erbuiten vallen, met de leveranciers van diensten en producten," zegt hij. "In Hefei zeiden ze tweeduizend mensen in dienst te hebben, maar er is ook veel sprake van inleenkrachten. Soms omdat dat door de overheid verplicht is, bijvoorbeeld bij de beveiliging, maar ook de vrachtwagenchauffeurs, de verpakafdeling en de catering was ingehuurd."
Vragen, veel vragen: dat is de indruk die vooral overblijft.