zondag, april 16, 2006

Het Chinese loondebat

De lonen stijgen, roepen veel deskundigen al enkele jaren als het gaat om de lonen van de fabrieksarbeiders in het zuiden van China. Daar hebben bedrijven steeds meer problemen om migranten te verleiden naar die slechtbetalende baantjes te komen.
China prijst zich uit de markt. Inflatie! Dat zijn slechts enkele van de doemdenkbeelden die vooral de Westerse media oproepen.
Dit weekend keert De Washington Post zich tegen deze opvattingen:
Responding to the New York Times assertion that China's rising manufacturing wages are "threatening at some point to weaken China's competitiveness on world markets," Morgan Stanley's Mr. Roach [van investeringsbank Morgan Stanley] notes that "[p]roductivity growth in China's industrial sector -- manufacturing, mining and construction -- surged at an average annual rate of nearly 20 percent over the 2000 to 2004 interval," which was "well in excess of the cost pressures implied by 12 percent gains in hourly compensation." Thus, unit labor costs probably declined over the past five years. At worst, they were very well contained. Mr. Roach finds the "labor shortage in China" argument to be "equally preposterous." He cites the 60 million workers that have been furloughed by China's state-sponsored enterprises since 1997. And he points to the fact that China's rural population totals nearly 750 million, "by far the largest pool of surplus labor in the world."
Inderdaad: uiteindelijk zijn de loonkosten in de productiebedrijven zo laag dat dat wellicht individuele bedrijven in de problemen kan brengen, maar als een percentage van de totale kosten is het loon zo laag dat het de concurrentiepositie van China niet echt verandert. Wat wel verschil gaat uitmaken zijn de salarissen van het middenkader, de meer ervaren en beter opgeleidde managers. Die verdienen vaak al fors meer en de tekorten aan die werknemers zal al snel veel groter zijn dan die aan vrijwel ongeschoolde arbeidskrachten.